| Weiß
und Rost Seiner
Ausstellung gibt er den Titel: Reduktionen; einige seiner Assemblagen
heißen Offenes Buch und das Weiß und Blau in seinen Gemälden
ist verletzt, begrenzt, durchbrochen. Es ist durchaus gut zu wissen, dass Günter
G. Müller (Köln 1951) unter anderem Theologie studiert hat, denn neben
seiner Formensprache spielen sein Denken und seine Symbolik von z.B. der Farbe
eine herausragende Rolle. So ergeben seine Flächen von (titanoxyd-) weißem
Gips auf Rupfen Bilder, die er beschreibt als Idee eines Ideals von Purheit, von
Reinheit. Die weiße Idee wird mitten durchgeschnitten, eingegrenzt
und verletzt. Die Symbolik ist offenkundig. Das Bild vom reinen Sein wird
auf unterschiedliche Weise belagert. Das ist unzweifelhaft Teil seiner Botschaft,
seines Bedenkens von und über den heutigen Menschen. Auf der Ebene von Form
und Material ist es nicht unerheblich festzustellen, dass der Künstler vorzugsweise
hartes und entsprechend schweres Eisen gebraucht, um sein Weiß zu begrenzen
oder es zu verletzen. Das Schwere ist auch bezeichnend für seine Assemblagen,
die zusammengefügt sind aus Fragmenten, gefunden zwischen Ostende und De
Haan (wo der Künstler zeitweise lebt), in Brügge, in Venedig, New Jersey,
Italien, an der Dordogne, oder sonstwo. Und in den Assemblages scheint - im Gegensatz
zu den Bildern das formale Element wichtiger zu sein. Auch hier ein Symbol,
der Rost, der genauso intensiv zugegen ist wie das Weiß. Hugo
Brutin (De Krant van West-Vlaanderen) Ostende 9. Mai 1997 Wit
en roest Zijn
tentoonstelling geeft hij de titel "Reduktionen"; enkele van zijn assemblages
dragen die titel "Open boek" en in zijn schilderijen gaat het over wit
of blauw dat gekwetst is, begrensd, doorboord. Het is goed te weten dat Günter
G. Müller (Köln 1951) ondermeer theologie heeft gestudeert, wanst naast
de vormentaal speelt de gedachte en de symboliek van bijvoorbeld de kleur een
voorname rol. Zo zijn zijn doeken van witte plaaster op jute vlakten van wat hij
als "reinheid" omschrijft, zuiverheid, puurheid, betrachting van een
ideaal. Die witte dimensie wordt middendoor gesneden, beperkt en gekwetst.
De symboliek ligt voor de hand. De vlakte van het zuivere denken wordt op diverse
manieren belaagd. Dat is ongetwijfeld een deel van zijn boodschap, van zijn bedenking
omtrent de dingen en de mensen van vandaag. Op vormelijk of materieel vlak is
het niet onbelangrijk vast te stellen dat de kunstenaar bij voorkeur robuuste,
zware stroken metaal gebruikt om zijn wit te omheinen of er een ingreep op te
plegen. Dat zware is eveneens tekenend voor zijn assemblages die samengesteld
zijn uit wegwerpmateriaal, uit gevonden fragmenten tussen Oostende en de Haan
(waar de kunstenaar ook een verblijfje heeft), in Brugge, Venetie, New Jersey,
Italie, de Dordogne, noem maar op. In de assemblages lijkt - in tegenstelling
tot de schilderijen - het vormelijke element belangrijker te zijn. Roest is ook
een symbool en dat is even intens aanwezig als het wit. Hugo
Brutin (De Krant van West-Vlaanderen) Oostende 9. Mai 1997 | |